SLAPEN

Een mens heeft dagelijks behoefte aan slaap. Wanneer we slapen, is ons bewustzijn laag. Spieren verslappen en de hersenactiviteit, hartslag en ademhaling zijn vertraagd. We kunnen de nacht verdelen in 4 á 5 cycli waarbij in het begin van de nacht de fases van diepe slaap het langst zijn. Aan het einde neemt de lichte droomslaap toe. De eerste drie slaapcycli noemen we kernslaap. De overige slaap noemen we restslaap. Een slaapcyclus kunnen we opdelen in 5 fases:

De lichte slaap

Fase 1 (NREM1): de overgangsfase (1 tot 3 minuten) tussen waken en slapen.
Fase 2 (NREM2): het begin van de eerste, lichte slaap (42 tot 54 minuten).

De diepe slaap

Fase 3 (NREM3): de overgangsfase naar de diepe slaap met een regelmatige ademhaling, dalend hartritme en ontspanning van de spieren (3 tot 8 minuten).
Fase 4 (NREM4): de echte diepe slaap (15 tot 18 minuten). De fase waarin fysiek herstel plaats vindt. Ademhaling en hartritme zijn laag.

De droomslaap

Fase 5 (REM slaap) noemen we de droomslaap (18 tot 24 minuten).

De hersenen verwerken actief informatie en herinneringen. We dromen. De droomslaap kost ons energie. Lichamelijk zijn we actief. We maken snelle oogbewegingen en de hartslag en ademhaling zijn onregelmatig. De bloeddruk stijgt en de spieren van benen en armen zijn totaal ontspannen.
De benodigde hoeveelheid slaap verschilt van mens tot mens. Slaapgebrek heeft gevolgen voor het geheugen, concentratievermogen, gevoel voor ruimte en tijd, de reactiesnelheid, emoties en fysieke gezondheid. Hoeveel slaap een mens nodig heeft kan men aflezen aan het welbevinden overdag. Slaap heeft ook een relatie met leeftijd. Een jong kind heeft meer slaap nodig dan een volwassene.
Ons ritme wordt geregeld door onze biologische klok. Ritme en regelmaat in inspanning en ontspanning dragen bij aan een goede nachtrust. Toch kunnen, ondanks een goed ritme, slaapstoornissen ontstaan. Wanneer u last heeft van slaapstoornissen adviseren we u om een arts te raadplegen.